“Eigenlijk is Vlaanderen islamofoob” – Op zoek naar polemische quotes met Eva Brems

0

Eva Brems legde een opmerkelijk parcours af. Als academica specialiseerde ze zich in mensenrechten, erna werd ze verkozen om in het Parlement te zetelen voor Groen. Ondertussen werd ze BV zoals alle BV’s dat worden: als kandidaat bij De Slimste Mens Ter Wereld. Na vier jaar vond ze het welletjes in de politiek en keerde ze fulltime terug naar de gouwe ouwe unief. Tussendoor was ze ook nog voorzitter van Amnesty International Vlaanderen. Je zou denken dat mevrouw Brems dan geen tijd meer heeft om ons van de nodige dosis levenservaring te voorzien. Verkeerd gedacht. Met Dilemma praat ze vrijuit over politieke strategieën en de rol van de media. En over boerka’s (sic). Allemaal gratis en in zwart-wit. Wie heeft De Slimste Mens Ter Wereld dan nog nodig?

 

DILEMMA De asielcrisis is ineens ontploft. We hoorden op het openingscollege dat de Conventie van Genève zelfs niet meer buiten schot hoeft te blijven.

Brems: “Dat is profileringspraat, op geen enkel moment ernstig te nemen.”

DILEMMA Waarom lijkt het dan op een serieus debat?

“Dat is politieke tactiek. Door te focussen op zoiets fundamenteels verzet je de bakens van je debat. Door het voor te stellen alsof het laten vallen van iets onaantastbaars als de Conventie van Genève een optie is, verschuif je de discussie en worden dingen die vroeger op de rand van het bespreekbare werden geacht, verschoven naar het bespreekbare. In de schaduw van dat debat worden zo andere zaken weer op de agenda geplaatst, zoals gezinshereniging. Dat lijkt misschien een technische randdiscussie; gaan we de tijd van vluchtelingen om aan gezinshereniging te doen reduceren van een jaar naar drie maanden? Maar wat is de impact daarvan? Waarom doe je dat, gezinshereniging? Om ervoor te zorgen dat je heel die gevaarlijke tocht niet met je kindjes moet doen, maar dat je de sterkste van je gezin voorop kan sturen. Zodra die er geraakt is, kan de rest van het gezin op relatief veilige wijze achter komen. Als je dat gaat bemoeilijken, wat ben je dan aan het zeggen? Dat je toch met zijn allen in dat bootje moet stappen. Het is een heel gevaarlijk verhaal, maar het blijft wat in de schaduw van de hetze rond de Conventie van Genève.”

DILEMMA Ook de media houden die hetze rond de Conventie mee in stand door ze voortdurend als hoofdpunt naar buiten te brengen. Media moeten sowieso nieuws selecteren en beïnvloeden zo onze perceptie. Ervaart u dat ook?

“In mijn ervaring als activist en politicus is dat inderdaad erg aanwezig, de selecterende en toonzettende rol van de media. Om maar een voorbeeld te geven: onlangs zaten we met een aantal mensen van Amnesty samen en bekenden we aan elkaar dat we niet begrepen waarom de vluchtelingencrisis ineens ‘crisis’ was. Volgens de bronnen die wij binnen Amnesty consumeren is dat al járenlang een crisis. Wij waren vooral verrast: is wat nu gebeurt op het eerste gezicht anders dan ervoor? Wij waren in feite later mee met dat crisisgevoel. En dan besef je dat dat komt omdat wij in een ander informatiemilieu zitten en dat wij dat al lang wisten. Media bepalen dan ook voor een groot stuk wanneer je iets als een crisis of probleem gaat beschouwen en, of dat nu mooi is of niet, als commerciële speler moeten zij vooral nieuws verkopen. Ze zijn bovenal geïnteresseerd in polemieken en zoeken dat graag op.”

DILEMMA Hoe doen ze dat dan concreet?

“Door mensen op te bellen van wie ze een bepaald antwoord verwachten, bijvoorbeeld. Het komt heel vaak voor dat een journalist rondbelt omdat hij iemand zoekt om één bepaald standpunt te verkondigen; als hij mij belt, wil hij niet per se peilen naar mijn standpunt. Hij zoekt iemand die voor of tegen is: “Bent u dat dan?” Ik heb dat zelf als heel problematisch ervaren in de politiek.”

DILEMMA Denkt u dat dergelijke tactieken polarisatie in de hand werken?

“Ja en neen. Waarom gaan media polemieken creëren? Omdat mensen van polemieken houden. In de sociale media die vrij zijn van de commerciële logica, of toch voor een stuk, gaan mensen dat dan zelf opzoeken. Commerciële logica is geen doel op zichzelf, dat werkt volgens de markt. De media geven wat de mensen vragen. Op die manier brengt het ook dingen naar boven die effectief spelen in een samenleving. Het kan het slechte versterken, maar in het dossier van de vluchtelingen hebben we op een bepaald moment gezien, en ik vond dat bijna verbijsterend, hoe een positief gevoel, een solidariteitsgevoel, enorm in stand gehouden en versterkt is door de rol van de media. Het kan verschillende richtingen uit met die polemieken, het is niet a priori slecht.”

DILEMMA Krijgt u met andere journalisten te doen nu u politica af bent?

“Zeker. Als wetenschapster laten journalisten je alles nalezen, maar als politicus mag er op je geschoten worden. Zo kan een journalist een interview komen afnemen dat over een vooraf bepaald onderwerp gaat, maar haalt hij er achteraf iets volledig anders uit. Of zegt hij “lees het maar na” om er daarna een kop boven te zetten die de toonzetting radicaal verandert. Zelfs bij opiniestukken kan ineens zo’n gespierde titel verschijnen, waardoor een bepaalde nuance wegvalt. Daarin hebben media wel degelijk macht.”

DILEMMA Deels door die polemische en vluchtige mediacultuur kan het soms lijken dat onze politici er een zootje van maken. Klopt die perceptie? Of is er voldoende expertise in de politieke wereld?

“Niet altijd. Het is één van de dingen die het voor mij moeilijk maakte om in de politiek te functioneren, zeker omdat ik al heel lang van mezelf een wetenschapper gemaakt had. Dan ga je automatisch voor evidence based reasoning: een standpunt neem je in op basis van kennis van een dossier, na reflectie. In een politieke context is daar niet altijd gelegenheid toe.”

“Pas op hoor, ik heb enkel het parlement ervaren en dat speelt eigenlijk maar een bijrol in de manier waarop onze politiek werkt. Maar je zit daar wel met 150 mensen die dat parlement als een manier moeten gebruiken om zich te profileren om opnieuw herkozen te worden en die dus de neiging hebben te moeten springen op alles wat op dat moment actueel is. Wanneer ze dan de kans krijgen om iets in de media te zeggen, gaan ze dat ook doen, ongeacht of ze kennis van zaken hebben. Als het gaat over grote dossiers die voorbereid zijn op kabinetten en waarbij allerlei organisaties van het middenveld geraadpleegd zijn, kan je niet zeggen dat er geen kennis aan te pas is gekomen.”

DILEMMA De stemming over het boerkaverbod was wél zo’n sappig parlementair dossier. U was de enige die tegen het verbod stemde.

“Dat was absoluut geen goed voorbereid dossier. Het kwam uit het parlement omdat men aanvoelde: “hiermee kunnen we scoren”. De niqaab is een zichtbare expressie van islam, mensen zijn er bang voor, storen zich eraan en parlementairen kunnen ze dus gemakkelijk verbieden. Voor mij was dat een moeilijk dossier omdat ik daar als wetenschapper al mee bezig was voor ik in de politiek ging. In het debat ontbrak expertise, maar wat het extra verbijsterend maakte, was het idee dat je regels maakt die vooral een bepaalde groep treffen, zonder dat je het standpunt van die groep, rechtstreeks of onrechtstreeks via experten, aan bod brengt. Wat op zich principieel democratisch een probleem is, maar eigenlijk ook afwijkt van het democratiemodel dat wij doorgaans hanteren, waar er wel ruimte is voor overleg met betrokken sectoren van de economie, van de samenleving, enzovoort.”

DILEMMA U heeft het onmiddellijk over de niqaab, niet over de boerka.

“De boerka is een specifiek kledingstuk dat in Afghanistan gedragen wordt, maar door die term in onze debatten te gebruiken kan je spelen met de afschuw van mensen voor een land waar vrouwen ‘verplicht’ zijn om zulke kledingstukken te dragen, je kan de associatie versterken dus. Wat in België soms voorkomt, is inderdaad de niqaab, gewoonweg een ander kledingstuk. Als wetenschapper moet je daarin correct zijn, maar in dit ‘boerkadebat’ werd vooral de associatie met de Afghaanse vrouwonderdrukking beklemtoond. Vrouwen worden er effectief toe verplicht, terwijl bewijzen ontbreken dat dat hier ook het geval zou zijn. Wat wél bewezen is, dat veel van de vrouwen die in België een gezichtssluier dragen, er vrij voor kiezen. Maar hier wordt heel vaak al aangenomen dat ze verplicht worden.”

“Toen wij dat ontdekten, waren we heel verrast, maar andere, buitenlandse antropologen waren dat niet. Nu besef ik dat dat komt doordat wij uit een Belgische context komen waarin bepaalde aannames zo sterk verankerd zijn dat het moeilijk wordt om het tegendeel te beweren. Ik weet nog goed dat ik in het parlement in zo’n discussie zat en dat ik nog uitdrukkelijk gezegd heb: “ik denk niet dat jullie islamofoob zijn”. Ondertussen dacht ik dat eigenlijk wel (lacht). Nu zijn bepaalde individuen niet per se islamofoob, maar kan het wel zijn dat ze beïnvloed worden door een bredere context van islamofobie. Maar zoiets zeggen in een omgeving waar iedereen een andere mening dan jijzelf heeft, komt onmiddellijk heel radicaal over.”

DILEMMA Was dat niet frustrerend?

“Weet je, dat was heel leerrijk. Het was fascinerend om te zien hoe een democratisch model kan afglijden naar vervolging van minderheden. Hoe het mogelijk is om de rechten van mensen die in de marge zitten, die ongeorganiseerd en met weinig zijn, in een volledig democratisch parlement te verdrukken. En hoe een parlement bijna een lynchpartij kan worden van tegenstrijdige standpunten; je zou denken dat men in een democratisch model blij zou zijn dat er tenminste iemand is met een andere mening, maar er werd echt wel heel hevig tegen gefulmineerd. Binnen mijn eigen partij voelde ik druk en Etienne Vermeersch heeft me zelfs een nazi genoemd. Heel leerrijk, hoe onvolmaakt die democratische processen kunnen zijn.”

“Maar soit, achteraf hebben we toch een beetje ons gelijk gekregen. We deelden onze resultaten met journalisten en dat heeft geleid tot een zalvend opiniestuk van Wouter Verschelden (de toenmalige hoofdredacteur van De Morgen, nvdr): “kijk, achteraf gezien had ze toch gelijk, ons Brems” (lacht).”

 

Sam Ooghe en Laurien Vereecken

Reacties

Share.

About Author

Sam Ooghe

Scriptor 2015-2016. Over het algemeen ben ik een eikel, maar ik kom er altijd wel mee weg. Ik draag mijn pet achterover. Kan wel niet skaten.

Leave A Reply