Gent Verkend: ken je klassiekers

0

“Och, Gent, Fiere Stede, waar de Stroppendragers, Buffalo’s en Sossen thuis zijn. Oh, prachtige Arteveldestad, waar de mooiste universiteit van het land vecht tegen besparingen, en waar je je tandjes kan verliezen door zoete neuzekes op de Groentemarkt en zotte negerkes in Ledeberg. Ach, divers Gent, met je bronzen torens, je broekloze zwervers en je brutale buschauffeurs: kijk naar me, kus me, verteer me en omgeef me. Laat mij in u zijn. Je bent mijn stad. Ik wil je proeven. “

 (Martin Luther King, Confucius & Luc de Gorki)

Lieve lezer, bovenstaande lofzang is allerminst overdreven. Gent is subliem, en voor de komende memorabele jaren je onvervalste thuis, je moederkloek, je alles. Duizenden activiteiten ramt ze je de strot in, tientallen musea hunkeren er naar jouw blik, miljarden restaurants schreeuwen hun gerechten je richting uit. Er is alles te beleven. Door die veelzijdigheid wordt het voor uniefmaagden zoals jullie soms lastig om door de bomen het bos te blijven zien. Daarom, en enkel in deze eerste editie, lijsten we de onmiskenbare Gentse klassiekers op: waar eet je, waar feest je, waar studeer je, waar ben je. Basiskennis voor elke student.

STUDIES

De Blandijn is je thuis, laat dat duidelijk zijn. Hier volg je quasi al je lessen, word je geïndoctrineerd in de marxistische gedachtegang en leer je dat je zout water ook als ‘Kervelsoep’ kan verkopen. Het is echter niet zo eenvoudig om er een stille leesplek te vinden. Daarvoor kijk je eerder richting de Rozier: bij het binnenkomen links (vleugel Loveling) strekt een weinig gestructureerde bib zich uit, rijkelijk belegd met tafeltjes en zeteltjes. Om naar de bibliotheek van Taal – en Letterkunde te gaan, negeer je de bib aan je linkerkant, steek je het binnenpleintje over en neem je een olympische aanloop om de loodzware deur rechts van je open te beuken. Daar volg je gewoon de aanwijzingen, nadat je je gebroken arm gespalkt hebt. Let op: de Rozier is een labyrint. Bereid je dus goed voor wanneer je richting onze bib trekt. Voorzie voldoende vloeistof, maar ook woldraad. Rol die achter je uit wanneer je de aanwijzingen volgt, zodat je de weg terug kan vinden. Zo niet zou je wel eens bij de tientallen eerstejaars kunnen zijn die elk jaar gedehydrateerd sneuvelen in onze facultaire doolhof. Wanneer je ongeruste ouders naar Decaan Boone bellen, is het al te laat: je wordt verkracht door ingenieurs en in je maag vindt men proefbuishoeveelheden aan kwik. Voorzichtigheid is dus aangeraden. Om de gevallen verdwaalden te herdenken, plant de UGent trouwens jaarlijks een vrije dag in: Dies Natalis (‘Dag van de Woldraad’). RIP in peaces.

De prachtige SHoofdbib Zuidint-Pietersabdij, en specifiek dan het houten zoldertje, is de perfecte setting voor het devote blokwerk. Het is enkel ’s maandags gesloten, dus bij een weekendje studeren in Gent kan je hier terecht.  De Hoofdbibliotheek Zuid, niet zo ver van de courtisanes, is de gemeentelijke studieoase, ook op zaterdag. In volle blokperiode is de Therminal the place to be. Van half negen ’s morgens tot soms drie uur ’s nachts kan je hier collectief afzien, al is reserveren obligaat: zondagavond om zeven uur zit je best al de webpagina te vernieuwen, want binnen de drie minuten is de hele week volzet. Traditioneel biedt ook de rijzige Boekentoren plaats aan honderden studenten, maar door renovatiewerken is dat minstens tot 2017 onmogelijk. De schuld van de Sossen.

ETEN

Met je high-tech studentenkaart kan je belachelijk goedkoop gaan schransen in alle studentenrestaurants. De grootste en keurigste is de Kantienberg in Stalhof, een zijstraat van de Overpoort. De fijnste en dichtste daarentegen is De Brug, officieus de resto van al je fellow Blandino’s en bovendien ook ’s avonds geopend (voor de optimale brugervaring lees je het artikel ‘Keizer van de Brug’). Voor een uitgebreid vegetarisch aanbod is er ook nog de resto aan Sint-Jansvest. Donderdag is trouwens overal veggiedag. Ook dat is de schuld van de Sossen.

Betaalt je mama nog steeds je eten? Krijg je belachelijk veel zakgeld? Heb je net 5.000 euro geërfd omdat dat kreng van een tante verongelukt is op de E17? High five! Gooi die studentenkaart maar in de Leie, en duw er tegelijkertijd nog een student Rechten in ook, want je hebt ze allebei niet meer nodig: voor je ongezonde maaltijden volstaat een goedgevulde portefeuille. Dé klassieker is De Gouden Saté in de Overpoort, ook wel bekend als Frituur Julien. Rumor has it echter dat de beste frieten te vinden zijn in het Miljoenenkwartier, een welgestelde Gentse wijk. Daar vind je Het Blauw Kotje, met een minder legendarische status, maar wél met frieten van de bovenste plank. In De Frietketel, te Papegaaistraat, is het aanbod uitgebreid en komen ook de veggies (zucht) aan hun trekken. Na een nachtje Charlatan kan je dan weer terecht in De Dulle Friet. Naar onze mening ietsje te duur voor wat je ervoor krijgt, maar goed, who are we to judge? We zijn maar onvervalste kenners, hè.

Doordat er geen parental control is, zal je ongetwijfeld als een sociopaat je ballen of placenta eraf vreten zodra je op kot zit. Het resultaat is dat je tegen eind oktober al drie keer jezelf geworden bent. Geen paniek: dat is doodnormaal. Ga eens kijken bij een fitness, neem een duur abonnement, en ga er nooit heen. Zo valt toch al een deel van die gewetenswroeging van je schouders af en dat scheelt onmiddellijk al een paar kilo’s met de feestdagen in het verschiet. Om ook effectief je vetkwabben aan te pakken, kan je voor jezelf koken (hahahahaha, nvdr.) of rondkijken voor andere eetgelegenheden dan frituren. Voor overpriced en fancy burgers zijn er Ellis en Jilles, voor je vegetarische escapades Exki, Warempel en De Appelier, en voor je Aziatische maagfetisj Ocean Garden, Sushi Palace, Orientali Snacks en Tokyo Sushi. Onmisbaar zijn de ribbetjes met legendarische aardappel van de Amadeus en voor je maandelijkse portie salmonella met looksaus en fikse scheut ongastvrijheid snuffel je rond in de krochten van Snack Tosi.

UITGAAN

Een feestje bouwen in Gent kan op drie manieren: je kan met je besties chillen in de kroeg, je kan gaan voor de onvervalste kwaliteit, of je kan naar plaatsen gaan die zo goor ruften en waar de muziek zo onuitstaanbaar slecht en luid is dat je je enkel kan amuseren door cognac in je oogbollen te gieten. In alle drie de gevallen mis je de vrijdagochtendles en in alle drie de gevallen is het dolletjes.

De kwaliteitskroegen of praatcafés, om het met een triestige term te zeggen, zijn over heel Gent verspreid. Rock Circus is er één van en bevindt zich vreemd genoeg in de gore Overpoort, als de begeleider van een groep mongooltjes op Rock for Specials. Je vindt er tientallen bieren op tap (waaronder zelfs het eigen circusbier) en goeie muziek (met gitaren, beikes). Aan Sint-Jacobs verblijdt je een gelijkaardige kabberdoes, de Trollenkelder. Ook het Bierhuis en de Geus van Gent zijn gemaakt voor je onophoudelijk dronken gelal.

Als je op zoek bent naar kwaliteitsvolle muziek, is het nuttig om het programma van de Vooruit in het oog te houden. Tijdens de Gentse Feesten wordt hier tien dagen geknald, maar ook in het academiejaar staan hier vaak dikke namen je trilharen ten dienst. Voor liefhebbers van de ontspannende en korte Italiaanse feel-good musical, kan je terecht in de prachtige Opera. Wil je de frisse Gentse rockscene leren kennen, begin dan met de Kinky Star. Daar ontmoet je gewichtige wannabes die je zullen zeggen waar je heen kan gaan. Wij kunnen niet meekomen alleszins, echt spijtig.

De Overpoort is de absolute place to be om eens volledig naar de bolleketten te gaan. Van kwalitatieve elektronische muziek in de Niche Club en de Decadance stap je zo binnen in de reggaetonhemel van de Porters House en de meezingers in ’t Kofschip. Om milfjes te hunten kan je terecht in de Cuba Libre en om nog eens zoals in de gouwe ouwe tijd een paar blazé Johnny’s van Economie omver te duwen, zoek je de champagnegeur van de Point Final en Klub XIII en de kotsgeur van de Yucca op. Voor je dosis R&B hoef je enkel de buitensmijter van de Lime knock out te pegelen, want als wittekop kom je hier niet zo eenvoudig binnen, tenzij je kan twerken natuurlijk. Iets meer into britrock? Laat de walm vaOverpoortn de openbare mannentoiletten voor wat het is en zoek de Apache op. “Ik ben niet zo’n hokjesmens”, hoor ik je al denken, “ik ben niet gebonden aan één stijl”. Get over yourself, goed? Om dat mainstream fuifgevoel van de humaniora te herbeleven zijn er ook een aantal zuivere plaatsen voorhanden: strompel gerust eens binnen in de Twitch, de Coulissen en de Tam-Tam. In het Gentse centrum, in de schaduw van ‘t Sint-Jacobs, ligt de legendarische Charlatan. Deze club staat bekend om zijn kwalitatieve line-ups en bovendien kan je er nog eens een hipsterlief opdoen ook. Elders in de stad zijn er ook de Video en de Sioux. Like die shit op Facebook en zet je aanwezig op de zogenaamde exclusieve evenementen. Street cred is alles, boys!

 

We herhalen het keer op keer: de hierboven aangehaalde theupplaatsen zijn het minuscule topje van de gigantische ijsberg die Gent heet. Begin met de klassiekers en als je hot genoeg bent, smelt je vanzelf wel naar de kern van je nieuwe stad toe. Voor de eerste weken is het alvast duidelijk: Julientjes eten, niet studeren en elke nacht naar de Cuba Libre. Raffinement is de sleutel in Gent. Of om het te zeggen in de woorden van George Washington, Marilyn Monroe en Pepijn De Korte: “Negenduust madderfakkers!”

Sam Ooghe

Reacties

Share.

About Author

Sam Ooghe

Scriptor 2015-2016. Over het algemeen ben ik een eikel, maar ik kom er altijd wel mee weg. Ik draag mijn pet achterover. Kan wel niet skaten.

Leave A Reply