Olivia VDP – “Etre parisien, ce n’est pas y naître – c’est y renaître”

0

“Etre parisien, ce n’est pas y naître – c’est y renaître” 

Memoires van een klein meisje op Erasmus in de grote stad

Door Olivia VDP in Parijs

 “Toto, I’ve got a feeling we’re not in Keerbergen anymore”. Op Erasmus in Parijs! Geschiedenis studeren in de gebouwen van een universiteit die al bestaat sinds de 12de eeuw! Duizend musea bezoeken! Een stad die nooit slaapt! Een ontdekking achter elke straathoek! Jep, het is voor mij een droom die uitkomt. Parijs, een stad die balanceert tussen de monumentale grandeur van vervlogen tijden die schuilt achter de bourgeois rijhuizen, de Arc de Triomphe en al die andere Big Bus-stops, en de intieme serendipiteit van de pittoreske straatjes van Montmartre en terrasjes op elke straathoek. Soms vergeet ik dat ik, al bijna twee maanden ondertussen, in één van de grootste steden van Europa woon, wanneer ik bijvoorbeeld met alle tijd van de wereld met een boek ben neergeploft op één van de bankjes van Jardin du Luxembourg. Maar dan baan ik me een weg door de eeuwig aanzwellende mensenmassa, richting metrohalte, waar ik word begroet door steeds dezelfde bedelaars en me in de overvolle trein pijnlijk (en stinkend) bewust word van het feit dat er nog 11 miljard andere mensen op deze planeet rondlopen. Wonen in een grote stad, het is toch wel wat anders dan mijn hometown Keerbergen waar de plaatselijke Delhaize het kloppend hart van het sociale leven is, of Gent, waar je altijd wel kennissen languit op de Trabla of de Kelderzetels aantreft.

1376377_10203717845205461_6113326690886802242_nGelukkig heb ik al snel beseft dat een stad eigenlijk gewoon een dorp met grootheidswaanzin is, en ontpopte ik me als een ware kameleon tot een Parisienne (soort van). Al snel leerde ik dat “excusez-moi” een vrijgeleide is om zot onbeleefd te handelen, dat een stadskaart of andere toeristische attributen tekenen van zwakte zijn die van jou de zwakste schakel maken die zàl vertrappeld worden (we’vegotplacestobe), en dat sympathiek glimlachen als je toevallig oogcontact maakt met een passant zal beloond werden met creepy opmerkingen en/of blikken. Maar ik leerde ook al snel dat het geweldig is om altijd nog ontelbaar veel tentoonstellingen op je to do-lijst te hebben, dat de bedrijvige stadssfeer aanstekelijk is, dat studeren aan een internationaal gerenommeerde universiteit (sorry UGent) ongelofelijk intellectueel motiverend is, én dat het zo’n luxe is dat er van alle winkels flagship stores binnen handbereik zijn (girls will be girls). Vorige week was ik even weer thuis en mijn oren moesten echt wennen aan vogeltjes in plaats van verkeersgeruis. Toen ik nadien weer voet zette in Gare du Nord, werd ik overvallen door een verrassend gevoel van thuiskomen. Was ik al die tijd een stadsmens, vermomd als Keerbergs scoutsmeisje in de bossen?

Wat zeker is, is dat ik géén Française ben. Want hoe je het ook draait of keert, Parijs is niet zomaar “een” grote stad, het is de grootste stad gevuld met Fransen, en Fransen zijn geen Belgen. Oh nee. Belgisch Frans is minderwaardig (het is l’eau petillante, niet gazeuse, en ook al zeggen alle Belgen AnverS, de correcte Franse uitspraak is Anvèr), we zijn veel te vriendelijk en kalm, en België is gelijk aan Brussel, soms Antwerpen, frieten en bier.

Na dus toch even in de val van de clichés te zijn gelopen, kan ik er meteen eentje ontkrachten: Fransen zijn echt niet onvriendelijker dan de gemiddelde Belg. Oké, er schuilen misschien iets meer extreem onvriendelijke exemplaren in donkere winkelhoekjes, wachtend op hun prooi, maar die zijn zeer makkelijk te kalmeren (= irriteren) door overdreven vriendelijk tegen hen te zijn. Een favoriete hobby van me, ondertussen. Ook heb ik heel wat Franse vrienden ondertussen, en ben ik verliefd geworden op hun algemene joie de vivre, je ne sais quoi en al die andere Franse uitdrukkingskes en hun manier van spreken. Uitspraken als “oh mais gééénial!”, “mais t’inquiète!”, “c’était hy-per-(insert adjectief)”, “j’t’jure!” zijn schering en inslag, natuurlijk met wolken Gauloises-rook tussen de lettergrepen en een gevaarlijk balancerend glas rode wijn in de hand.

Of wacht, niet altijd Gauloises-rook. De elektronische sigaret, “onschadelijk” rookmiddel dat je het best kan beschrijven als een soort dikke balpen waar dampen zoete rook uit verschijnen, is hier alom tegenwoordig. Waar je in België het mikpunt van spot en vreemde blikken mee zou zijn, koop je hier in één van de vele e-sigaret concept stores. In de straat van mijn universiteit alleen al telde ik er vijf, en het uithangbord van één van hen afficheerde dat ze nu ook tabak met mojitosmaak hadden. Dat men het nodig achtte om te specificeren dat het om alcoholvrije tabak ging, vond ik nog het minst opvallende.

Terwijl ik dit schrijf, smikkel ik stukjes brie terwijl ik een gestreepte t-shirt draag, en straks ga ik met vriendinnen rode wijn drinken op een terrasje (hoe koud het ook is, Parijzenaars voelen zich “zuiders” dus blijven buiten drinken). Etre parisien, ce n’est pas y naître – c’est y renaître. Met een Stellaatje op tijd en stond, natuurlijk.

Meer lezen over Olivia in Parijs?
http://parisetolivia.wordpress.com/

Reacties

Share.

About Author

Olivia VDP

Olivia, 20 jaar oud, studente geschiedenis en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Gent én 1 semester lang aan de Sorbonne (Université Paris IV) in Parijs. Nieuwsgierig, dartel, thee-verslaafd en gepassioneerd.

Leave A Reply