RadVegs & Peta Ads: De (on)zin van speciesisme

0

Van alle –ismes die in deze Dilemma de revue passeren, is speciesisme waarschijnlijk de minst erkende. Het belang van praten over en actie voeren tegen racisme en seksisme, is voor de meesten van ons een vanzelfsprekendheid. De strijd tegen racisme en seksisme is één die ons allen aanbelangt, enerzijds vanuit een empathie voor onze medemens, anderzijds omdat we ons allemaal situaties kunnen inbeelden waarin we zelf het slachtoffer zouden zijn van racisme of seksisme. Ook de white cis men, de zogenaamd meest geprivilegieerde groep in onze samenleving, heeft baat bij discussies over racisme en seksisme, bijvoorbeeld wanneer het gaat over vaderschapsverlof. Bij speciesisme, ofte: het discrimineren op basis van soort, is het niet alleen veel moeilijker om empathie op te brengen voor de ander – met name bepaalde diersoorten – maar speelt ook het verdedigen van de eigen belangen geen rol meer. Als mens kan je nu eenmaal niet snel het slachtoffer worden van speciesisme, aangezien het mensenleven over het algemeen als superieur aan het dierenleven beschouwd wordt – en maar goed ook.

Belgium Pig Meat Festival

Die superieure positie is echter de basis van veel van het door de mens veroorzaakte dierenleed, omdat we denken dat het ons het recht geeft om beslissingen te nemen over het leven van dieren. Waarvoor we ze gebruiken, verschilt van soort tot soort. Diersoorten worden gecategoriseerd op basis van wat zij bijdragen voor de mens; dit helpt ons om de werkelijkheid bevattelijk en geordend te houden. De manier waarop we categoriseren is sterk tijd- en cultuurgebonden, ook de categorisering van dieren. Een Hindoe zal een koe niet snel als eetbaar categoriseren, terwijl dit dier in andere culturen bijna dagelijks op het menu staat. Een paar decennia geleden waren niertjes een perfect normaal gerecht, iets wat veel vleesetende Belgen nu ondenkbaar vinden. Daarnaast kunnen ook persoonlijke motieven een rol spelen. Zo eet iemand die als kind paardgereden heeft misschien bewust geen paardenvlees, maar wel varkensvlees. Het opvallendste voorbeeld is waarschijnlijk de protestacties tegen het jaarlijkse China Dog Meat Festival. Voor veel mensen zit de hond in de categorie van huisdieren, waardoor het ondenkbaar is om er eentje op te eten. Dat terwijl de cognitieve capaciteiten van bijvoorbeeld het varken vergelijkbaar zijn met die van de hond. Bovendien zijn varkens makkelijker zindelijk te maken dan honden, waardoor het eigenlijk een perfect huisdier zou kunnen zijn. Helaas, het varken zit in de categorie van eetbare dieren. Het hele jaar door vieren wij Belgium Pig Meat Festival en slechts weinig mensen lijken hierdoor gechoqueerd.

De diervriendelijke vleeseter

Het is dat categoriale denken over dieren dat het zo moeilijk maakt om empathie te voelen ten opzichte van bepaalde soorten. Iedereen die ooit een huisdier heeft gehad, weet dat dieren emoties hebben en kunnen lijden, en behandelt daarom zijn of haar huisdier met respect. We vinden het volstrekt normaal dat we onze hond niet slaan of ons konijn niet zomaar de nek omwringen als we zin hebben in een stuk vlees. Dieren die we niet als huisdier beschouwen, kunnen veel minder op onze empathie rekenen, ongeacht hun intelligentie of hun vermogen om pijn te lijden. De categorieën maken het ons gemakkelijk, want ze rechtvaardigen de wrede behandeling van bepaalde soorten. Veel mensen vinden het bijvoorbeeld niet paradoxaal om zichzelf een dierenvriend te noemen, tegen dierenmishandeling te zijn en tegelijk ook vlees te eten.

Ik wil echter niet beweren dat vleeseters geen empathie kunnen opbrengen voor dieren die zij als eetbaar beschouwen. Weinig mensen blijven compleet ongevoelig voor beelden uit slachthuizen en nog minder mensen zullen zichzelf een voorstander van dierenmishandeling noemen. Desondanks wordt er nog steeds zoveel vlees geproduceerd en verkocht. Het eetpatroon van veel mensen strookt met andere woorden niet helemaal met hun opvattingen over de manier waarop dieren behandeld zouden moeten worden. Mensen denken daarom liever niet te veel of te lang na over de realiteit van de vleesindustrie: het is confronterend en zou de eetlust kunnen bederven. Het is vervelend om toe te moeten geven dat een wrede en genadeloze industrie nodig is om te kunnen voorzien wat jij zo lekker vindt. De meeste vleeseters hebben daarom de neiging om hun eetpatroon te rationaliseren, de één al met sterkere argumenten dan de ander.

Anti-speciesisme, wat in de praktijk vaak naar veganisme vertaald wordt, confronteert ons enerzijds met de willekeurigheid waarmee we dieren categoriseren, en voert daarom actie tegen soortspecifieke mishandelingen. Anderzijds wijst veganisme op de incongruentie tussen ons eetpatroon en onze opvattingen rond dierenwelzijn, iets wat veel vleeseters moeilijk kunnen verdragen. Hierdoor heeft de veganist een beetje het imago van irritante betweter gekregen – en pas op, zeker niet altijd onterecht. De manier waarop sommige veganisten of dierenrechtenorganisaties hun ideeën duidelijk proberen te maken, is naar mijn mening soms erg vervelend of zelfs ronduit kwetsend.

Allemaal speciesist

In zekere mate zijn we allemaal, ook veganisten – hoop ik –  een beetje speciesist. Weinig mensen zouden bijvoorbeeld eerst hun kat en dan pas hun baby uit een brandend huis redden. Aangezien de mens ook een diersoort is, is kiezen voor de baby in de situatie hierboven in zekere zin speciesistisch. Zoals ik in de inleiding al aangaf, wordt een mensenleven over het algemeen als superieur beschouwd aan het dierenleven. Dat gegeven is op zich niet problematisch, maar dat wordt het wel wanneer we denken daarmee het recht verworven te hebben om dieren te gebruiken op de manier die ons het best uitkomt.

Sommige (radicale) veganisten en dierenrechtenorganisaties verwerpen echter ook de idee dat de mens superieur is aan het dier, en vinden het bijgevolg niet abnormaal om menselijk en dierlijk leed met elkaar te vergelijken, of zelfs gelijk te schakelen. De meest recente campagne van Peta (People for the Ethical Treatment of Animals) vergelijkt de kunstmatige inseminatie van vrouwelijke dieren met de verkrachting vrouwen. In het reclamespotje zijn verschillende vrouwen te zien die op het eerste zicht persoonlijk getuigen over een traumatische gebeurtenis. Later blijkt dat zij spreken in naam van dieren die kunstmatig geïnsemineerd werden. Peta gebruikt niet alleen het leed van anderen om een bepaald standpunt door te duwen, maar ze dehumaniseert en beledigt tegelijkertijd een kwetsbare groep door hun ervaring te vergelijken met die van dieren. Even wansmakelijk zijn vergelijkingen tussen slavernij en dierentuinen of de Holocaust en de vleesindustrie. Hoewel veganisten met die vergelijkingen voornamelijk willen aantonen dat de mechanismen achter racisme, seksisme en speciesisme gelijkaardig zijn (leden van een dominante, superieure groep kennen zichzelf het recht toe om anderen te  discrimineren of uit te buiten), zijn vergelijkingen tussen menselijk en dierlijk leed bijna altijd ongelukkig en ongepast. Er zijn talloze voorbeelden van momenten in de geschiedenis waarop een bepaalde groep mensen met dieren vergeleken werd, om hen op die manier een aantal rechten af te nemen die verbonden zijn met het mens-zijn. Wanneer een organisatie dat vandaag doet om het leed van dieren te verminderen, voelen heel wat mensen zich terecht beledigd of vernederd. Daarnaast missen de campagnes vaak hun doel omdat veel mensen al gedegouteerd zijn, vooraleer ze de tijd hebben genomen om rustig naar de boodschap achter de campagne te luisteren.

De vraag is echter waarom we het noodzakelijk achten een vergelijking te maken tussen mens en dier om bewustzijn te creëren rond dierenleed. Anti-speciesisme gaat mijns inziens immers niet over het gelijkschakelen van mens en dier, maar over het idee dat de mens, ondanks zijn superieure positie, andere levend wezen een respectvolle behandeling verschuldigd is. Ik ben veganist omdat ik tegen dierlijk lijden ben door bewust menselijk toedoen. Ik geloof bovendien dat succesvolle campagnes rond veganisme mensen informeert en wakker schudt, en niet degouteert of beledigt.

En mochten er mensen zijn die het zich afvragen; ja, in de zomer durf ik ook al eens een mug dood te slaan.

 

Lana Crois

Reacties

Share.

About Author

Leave A Reply