Laethemsche school

0

Schiaparelli


Een vos steekt de straat over. In het licht van de koplampen zie ik duidelijk de prachtige oranje pels, die zo mooi afsteekt tegen de zwarte decembernacht, nog voor me wanneer ik mijn ogen sluit. Ik kan het niet helpen om te denken aan het uiteindelijke lot van het dier in een residentiële wijk zo dicht bij het golfterrein. Ach, er is op z’n minst nog het bos om heen te vluchten. De kraaien houden hun bek vast wel, deze keer. Ik open mijn ogen en kijk in de spiegel. Ik zie eruit alsof ik net uit het graf geklauterd ben. Lijkbleek, zonder enige diepte in mijn gezicht. Met mijn ijskoude handen streel ik over mijn eigen wangen, die bij wijze van reactie lichtrozig kleuren. Ik leef nog. Fuck.

Er is geen kunst meer. Pen noch penseel kan mijn stemming op dit moment omschrijven. Gelukkig is het bijna winter: hét palet waarmee ik mezelf kan afbeelden zoals ik echt ben. Hoewel ikzelf natuurlijk probeer om dat palet op papier te krijgen. Noem het gerust hoogmoed, als je wil. Ik kan niet wachten op de val. Wat zou ik nog kunnen breken? Alles is toch al kapot. Het Leven besloot me langs achteren te besluipen en zachtjes op mijn schouder te tikken, om dan giechelend weg te rennen wanneer ik me omdraai. Ik blijf rond en rond draaien tot ik misselijk word, en dan is alles in orde. Tien op tien, zegt hij dan. ‘Wat enig,’ zegt het Leven, en ik blijf lekker ronddraaien.

Ongeloof. Ik voel het gewoon. Een lach die niet veroorloofd is, een schreeuw die onterecht mijn hoofd doorklieft, om dan met open armen voor me klaar te staan. Nee, bedankt, daar pas ik voor. En dan ben ik de slechterik. Ongelooflijk. Ik ga naar buiten en staar naar de sterren. De lucht is helder, en de ijzige decemberkou herinnert me eraan dat ik beter een trui had aangetrokken. Na even rillen, verwarmt de Grote Beer plots mijn hart. Misschien had ik toch astronaut moeten worden, toeme toch. Hoewel dat misschien niet het beste idee is na de val van Schiaparelli.

Of net wel?

Sint-Martens- Latem is wederom de rijkste gemeente van het land (kwestie van toch iets informatiefs mee te geven). Het gemiddelde jaarinkomen van de Latemnaar is meer dan drie keer zo hoog als dat van de modale mens uit Sint-Joost- ten-Node. Oh, Ironie, wat bent u wreed! Een mens vraagt zich af hoe het toch mogelijk is. Ik zoek de gemeente op, me mentaal voorbereidend op post-Apocalyptische taferelen en nieuwsartikels over kannibalisme bij de lokale bevolking. Niets daarvan. Immigranten, dat wel. Die zie je nu ook wel bijzonder weinig in Latem, tenzij ze op weg zijn naar hun baantje als oppas of poetsvrouw waar ze ongetwijfeld overgekwalificeerd voor zijn. Of tenzij het rijke Franse of Duitse bedrijfsleiders zijn, die in België even komen chillen om daarna naar Kuala Lumpur te verhuizen. Het leven is oneerlijk.

Ik sla linksaf, de Reinaertdreef in. De putten in de weg zijn leuk als je te voet bent, maar met de auto is het een regelrechte hel. Vooral als degene die rijdt absoluut geen rekening houdt met de plotse overgang van asfalt naar aarde, en keihard in een gat knalt. Bedankt, ik had mijn hersenen toch niet meer nodig.

Serafina Van Geertruyen
4 december 2016

Reacties

Share.

About Author

Serafina Van Geertruyen

Scriptor 2016-2017. Lichtjes arrogant, maar over het algemeen best wel aangenaam.

Leave A Reply